Nieuws

09/07/2009 11:10 - Wijziging Decreet Personenvervoer is gepubliceerd
Het decreet tot wijziging van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg is nu ook in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd op 6 juli 2009.
 
U vindt hieronder nogmaals de artikels met de wijzigingen.
 
De gecoördineerde tekst van het aangepast decreet van 2001 kan u vinden op de website van GTL (rubriek Reglementering - Regio Vlaanderen), of door te klikken op de link hierna:
 
 
Decreet van 8 mei 2009 tot wijziging van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg
 
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Decreet tot wijziging van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg.
 
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
 
Art. 2. In artikel 2 van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het  personenvervoer over de weg worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1°er wordt een punt 4°bis ingevoegd, dat luidt al s volgt: “4°bis onwettig ronselen: hetzij kandidaat-klanten aanspreken op openbare plaatsen op het  grondgebied van een gemeente waar men niet vergund is, hetzij met het voertuig heen en weer rijden op het grondgebied van een gemeente waar men niet vergund is, hetzij daar stationeren, telkens met het oogmerk om klanten te vervoeren;”;
2°punt 8°wordt opgeheven.
 
Art. 3. Aan artikel 3 van hetzelfde decreet worden een punt 4°en 5°toegevoegd, die luiden als volgt:
“4° de diensten voor niet-dringend zittend ziekenvervoer, onder de door de Vlaamse
Regering vastgestelde voorwaarden; 5° het niet-commerciële vervoer, onder de door de Vlaamse Regering vastgestelde voorwaarden.”
 
Art. 4. In artikel 17, §4, 3°, van hetzelfde decreet wordt het woord “wettelijke” geschrapt.
 
Art. 5. In artikel 19, §6, van hetzelfde decreet wordt het woord “wettelijke” geschrapt.
 
Art. 6. In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IVbis ingevoegd, dat luidt als volgt: “Hoofdstuk IVbis. Bepalingen gemeen aan de hoofdstukken II en III: toegang tot het beroep”
 
Art.7. In hoofdstuk IVbis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel 24bis ingevoegd, die luidt als volgt:
 
Art. 24bis. §1. Dit artikel is van toepassing op de exploitatie van het niet-grensoverschrijdende en grensoverschrijdende geregeld vervoer, en op de exploitatie van grensoverschrijdende en niet-grensoverschrijdende bijzondere vormen van geregeld vervoer, als dat plaatsvindt met voertuigen die door hun bouwtype en uitrusting geschikt zijn voor het vervoer van meer dan negen personen, de bestuurder inbegrepen, en als het vervoer verricht wordt tegen betaling.
§2. De in het Vlaamse Gewest gevestigde ondernemingen die een of meer vormen van het vervoer, vermeld in §1, willen uitvoeren, zijn onderworpen aan de voorafgaande verkrijging van een vergunning voor de toegang tot het beroep overeenkomstig richtlijn 96/26/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van goederen-, respectievelijk personenvervoer over de weg, nationaal en internationaal, en inzake de wederzijdse erkenning van diploma’s, certificaten en andere titels ter vergemakkelijking van de uitoefening van het recht van vrije vestiging van bedoelde vervoerondernemers, gewijzigd bij richtlijn 98/76/EG van de Raad van 1 oktober 1998 en richtlijn 2004/66/EG van de Raad van 26 april 2004.
De Vlaamse Regering bepaalt overeenkomstig de richtlijn, vermeld in het eerste lid, de nadere regels voor de toegang tot het beroep van het geregeld vervoer en de bijzondere vormen van geregeld vervoer. De voorwaarden om toegang te hebben tot het beroep hebben minstens betrekking op: 1°betrouwbaarheid; 2°financiële draagkracht; 3°vakbekwaamheid.
§3. De duur van de vergunning voor de toegang tot het beroep bedraagt hoogstens vijf jaar. De Vlaamse Regering kan de vergunning telkens voor ten hoogste vijf jaar hernieuwen.
§4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing binnen vier maanden na de datum van de indiening van de vergunningsaanvraag door de kandidaat-vervoerder.
De aanvrager wordt daarvan op de hoogte gebracht binnen tien dagen na afloop van de bovenvermelde termijn.
Als de aanvraag wordt afgewezen, wordt die beslissing met redenen omkleed.
§5. De Vlaamse Regering kan de vergunning voorlopig intrekken voor een termijn van maximaal drie maanden als de vergunninghouder de bepalingen van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan niet naleeft.
De vergunning wordt ingetrokken zonder schadeloosstelling en nadat de vergunninghouder gehoord is.
De Vlaamse Regering stelt een grondig onderzoek in.
Als de Vlaamse Regering vaststelt dat de vergunninghouder, waarvan de vergunning voorlopig is ingetrokken, nog steeds de bepalingen van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan niet naleeft, wordt de vergunning definitief ingetrokken.
§6. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen waaronder de vergunning voor de toegang tot het beroep, afgeleverd door een andere lidstaat, een ander gewest of de federale overheid, wordt erkend.”
 
Art. 8. In artikel 26, §3, van hetzelfde decreet wordt het woord “bijkomende” geschrapt.
 
Art. 9. In artikel 32bis, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 februari 2004, wordt de zin  “Onder oneigenlijk gebruik wordt verstaan: 1°stationeren; 2° met zijn voertuig heen en weer rijden om klanten te ronselen.” vervangen door de zin: “Onder oneigenlijk gebruik wordt verstaan het onwettig ronselen van klanten.”
 
Art. 10. In artikel 36 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
 
1° in paragraaf 1 worden de woorden “en ondeelbare belasting” vervangen door het woord “gemeentebelasting”;
2° in paragraaf 1 wordt de zin “Deze belastingen worden door de gemeenten geïnd.” geschrapt;
2° in paragraaf 3 worden de woorden “hoogstens 500 euro per jaar en” vervangen door de woorden “250 euro per jaar, verhoogd met het bedrag van de belasting, verschuldigd op grond van artikel 36, §2,” ;
3° paragraaf 5 wordt opgeheven.
 
Art. 11. In artikel 37, §2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden “bestendige deputatie van de provincieraad” vervangen door het woord “provinciegouverneur”;
2°in het derde en vierde lid worden de woorden “bestendige deputatie” vervangen door het woord “provinciegouverneur”.
 
Art. 12. Artikel 37bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 februari 2004, wordt vervangen door wat volgt:
“Art. 37bis. De bevoegde administratie van het Vlaamse Gewest stelt een gegevensbank ter beschikking die minstens de volgende gegevens over de taxidiensten bevat:
1° de uitgereikte vergunningen, evenals de gegevens van de aan de vergunning verbonden voertuigen;
2° de geweigerde vergunningsaanvragen, evenals de r eden van weigering;
3° de geschorste vergunningen, de duur van de schorsing en de reden ervan;
4° de ingetrokken vergunningen, de datum waarop de beslissing tot intrekking is genomen en de reden ervan;
5° de beroepen tegen de schorsingen en de intrekkin gen, evenals de beslissingen die genomen zijn over die beroepen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels.
De gemeenten, respectievelijk de provincies, voeren de nodige gegevens in de gegevensbank in.
De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens en het niveau van toegang dat de gemeenten, de provincies, de VVM, de politie en de overheidsdiensten die belast zijn met het administratieve beheer en de controle van de taxidiensten, hebben tot die gegevensbank.”
 
Art. 13. In artikel 42 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 februari 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1°in  paragraaf 1 wordt punt 9°opgeheven;
2°in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden “mits toelating van het bevoegde college” vervangen door de woorden “als het bevoegde college een vergunning verleent als vermeld in artikel 42, §2, en als de onderneming een belasting betaalt als vermeld in artikel 49, §3”;
3°in  paragraaf 3 wordt het derde lid opgeheven.
 
Art. 14. In artikel 49 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
“§1. De vergunningen die uitgereikt zijn op basis van artikel 42, §2 en §3, geven aanleiding tot een jaarlijkse gemeentebelasting ten laste van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die houder is van de vergunning.”;
2° in paragraaf 3 worden de woorden “500 euro per jaar en” vervangen door de woorden “250 euro per jaar, verhoogd met het bedrag van de belasting, verschuldigd op grond van artikel 36, §2,”;  
3°in paragraaf 4 wordt het eerste lid vervangen do or wat volgt:
“De belasting, vermeld in paragraaf 2, en het gedeelte van de belasting, vermeld in paragraaf 3, en in artikel 36, §3, dat betrekking heeft op de vergunning voor een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, zijn verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de vergunning wordt afgegeven. De vergunninghouder is de eerste jaarlijkse belasting verschuldigd op het ogenblik van de afgifte van de vergunning en nadien telkens op 1 januari van het kalenderjaar.”;
4°in  paragraaf 4 wordt het derde lid opgeheven.
 
Art. 15. In artikel 50, §2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden “bestendige deputatie van de provincieraad” vervangen door het woord “provinciegouverneur”;
2°in het derde en het vierde lid worden de woorden “bestendige deputatie” vervangen door het woord “provinciegouverneur”.
 
Art. 16. Artikel 50bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 februari 2004, wordt vervangen door wat volgt:
“Art. 50bis. De bevoegde administratie van het Vlaamse Gewest stelt een gegevensbank ter beschikking die minstens de volgende gegevens over de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder bevat:
1°de uitgereikte vergunningen en de geldigheidsduur ervan; 2°de geschorste vergunningen, de duur van de schorsing en de reden ervan; 3° de ingetrokken vergunningen, de datum waarop de beslissing tot intrekking is genomen en de reden ervan; 6° 4° de beroepen tegen de schorsingen en de intrekkingen, evenals de beslissingen die genomen zijn over die beroepen.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels.
De gemeenten, respectievelijk de provincies, voeren de nodige gegevens in de gegevensbank in.
De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens en het niveau van toegang dat de gemeenten, de provincies, de VVM, de politie en de overheidsdiensten die belast zijn met het administratieve beheer en de controle van de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, hebben tot die gegevensbank.”
 
Art. 17. In artikel 63 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 februari 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
“§1. Onverminderd de eventuele schadevergoeding worden personen gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 500 euro tot 10.000 euro, of met een van die straffen alleen, als ze:
1° zonder vergunning als vermeld in artikel 17, een dienst voor het geregeld vervoer exploiteren;
2° zonder vergunning of overeenkomst als vermeld in artikel 19, een dienst voor de bijzondere vormen van geregeld vervoer exploiteren;
3°zonder attest als vermeld in artikel 23, aan ver voer voor eigen rekening doen;
4° zonder vergunning voor toegang tot het beroep al s vermeld in artikel 24bis, een dienst voor het geregeld vervoer of een dienst voor de bijzondere vormen van geregeld vervoer, exploiteren;
5°zonder vergunning als vermeld in artikel 25, een taxidienst exploiteren;
6°zonder vergunning als vermeld in artikel 25, onwettig ronselen;
7°zonder vergunning als vermeld in artikel 41, een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder exploiteren;
8°herhaaldelijk de vergunning oneigenlijk gebruiken als vermeld in artikel 32bis;
9°herhaaldelijk de door de gemeenteraad of de door de algemene vergunningsvoorwaarden vastgestelde tarieven als vermeld in artikel 26, §4 niet respecteren;
10°herhaaldelijk artikel 42, §1, 3°,4°, 5°of 7°, overtreden.”;
2°in  paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen d oor wat volgt:
“Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, worden personen eveneens gestraft met de straffen, vermeld in het eerste lid, als ze herhaaldelijk de bepalingen overtreden van de vergunning voor geregeld vervoer, de vergunning of de overeenkomst voor de bijzondere vormen van geregeld vervoer, het attest voor het vervoer voor eigen rekening, de vergunning voor de toegang tot het beroep, de vergunning voor de taxidiensten of de vergunning voor het verhuren van voertuigen met bestuurder.”;
3°er worden een paragraaf 4 tot en met 6 toegevoegd, die luiden als volgt:
“§4. Bij een vastgestelde inbreuk als vermeld in paragraaf 1, 5° tot en met 10°, en in paragraaf 2, kunnen de bevoegde personen beslag leggen op het voertuig of de voertuigen waarmee de inbreuk werd gepleegd, op kosten en op risico van de eigenaar.
Onverminderd de bevoegdheid van de procureur des Konings om het beslag op te heffen, moet voor de opheffing van het beslag bewezen zijn dat de beslag- en bewaringskosten voor het voertuig betaald zijn.
§5. Bij een veroordeling voor een inbreuk, vermeld in dit artikel, kan de rechter de verbeurdverklaring of het bewarend beslag van het voertuig bevelen.
De rechter stelt vast hoe lang dat beslag zal duren en op welke plaats het voertuig aan de ketting zal worden gelegd.
In afwijking van artikel 43, eerste lid, van het Strafwetboek kan de verbeurdverklaring van het voertuig wegens inbreuk op dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan alleen worden uitgesproken in de gevallen, vermeld in paragraaf 1 en 2.
§6. De politierechtbanken nemen kennis van de inbreuken, vermeld in dit artikel.”
 
Art. 18. In artikel 64 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 februari 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
“§1. Onverminderd de bevoegdheden die toevertrouwd worden aan de leden van het operationele kader van de lokale en federale politie, kent de Vlaamse Regering de hoedanigheid van agent of officier van gerechtelijke politie toe aan de beëdigde personeelsleden die ze aanwijst om toezicht te houden op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.”;
 
Art. 19. In artikel 65, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden “acht werkdagen” vervangen door de woorden “veertien dagen”.
 
Art. 20. In artikel 66 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord “ambtenaren” vervangen door het woord “personeelsleden”;
2°aan  paragraaf 1, eerste lid, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
“4° als de procureur des Konings beslist om voor de inbreuken, vermeld in artikel 63, geen strafvervolging in te stellen, en als de strafvordering niet vervallen of verjaard is. Het aangewezen personeelslid brengt de procureur des Konings op de hoogte van zijn beslissing om een administratieve geldboete op te leggen.”;
3° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden “De ambtenaar” vervangen door de woorden “Het personeelslid”;
4°aan  paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“In het geval, vermeld in het eerste lid, 4°, breng t het aangewezen personeelslid de overtreder op de hoogte van zijn beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete. Hij brengt in voorkomend geval de onderneming eveneens op de hoogte van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete en wijst haar op haar burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de betaling van de administratieve geldboete. Als het aangewezen personeelslid zijn beslissing niet binnen de door de Vlaamse Regering vastgestelde termijn meedeelt aan de overtreder, vervalt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen. De betekening van de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete doet de strafvordering vervallen.”;
5°in paragraaf 2 worden de woorden “250 euro” vervangen door de woorden “500 euro”;
6°in §4 wordt het woord “ambtenaren” vervangen door het woord “personeelsleden”.
 
Art. 21. De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop artikel 3 tot en met 7 en artikel 21 in werking treden. De inwerkingtreding van artikel 3 zal niet plaatsvinden voordat de daarin bedoelde voorwaarden door de Vlaamse Regering zijn uitgevaardigd.
 
Brussel, 8 mei 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS

De Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen,
K. VAN BREMPT
 
 
 
 

GTL-TAXI | Metrologielaan 8 - 1130 Brussel | Tel: 02/ 245.11.77 - Fax: 02/ 245.80.48 - e-mail: gtl@scarlet.be | Webdesign:Tutum