Een nieuw Vlaams decreet moet bepalen wanneer niet-dringend vervoer van patiënten onder de zorgregelgeving valt en wanneer het gewoon personenvervoer blijft. Dat onderscheid is belangrijk voor taxi- en rolstoelvervoerbedrijven: het bepaalt welke vergunningen, personeels- en voertuigvoorwaarden gelden.
In zijn advies van 9 oktober 2026 onderschrijft de Mobiliteitsraad van Vlaanderen (MORA) de medische zorgfinaliteit als onderscheidend criterium. De Raad vraagt objectieve, uniforme en controleerbare uitvoeringsregels, een duidelijk onderscheid tussen gewone mobiliteitsassistentie en medisch toezicht, en heldere voorwaarden voor de kwalificaties en bezetting van het personeel.
De MORA vraagt bovendien dat bestaande rolstoeltoegankelijke voertuigen ook voor niet-dringend patiëntenvervoer vergund kunnen worden wanneer zij aan passende voorwaarden voldoen. Voor dit patiëntenvervoer moet de begeleiding volgens het principe ‘van gang tot gang’ gebeuren. De betrokken vervoerssectoren moeten bij de verdere uitwerking worden geraadpleegd.
GTL beoordeelt het advies positief: verschillende aandachtspunten die de federatie heeft ingebracht, zijn erin opgenomen. De beslissende stap volgt echter nog bij de uitvoeringsbesluiten. GTL zal erop toezien dat gewoon zittend en aangepast rolstoelvervoer zonder nood aan medisch toezicht niet onnodig onder het zorgvervoer valt en dat voertuigen multifunctioneel inzetbaar blijven, zonder onnodige uiterlijke kenmerken en met behoud van de mogelijkheid van een TX-plaat.
Lees het volledige MORA-advies: Advies niet-dringend patiëntenvervoer



